De bidweg

Men hoort er soms zaken
die men nooit heeft gehoord
Onder anderen het voorstel
dat ik hier ga doen.
Het was een man van fatsoen
die ik zijn naam hier niet noem
Zijn vrouw ging op reis
om een bidweg te doen.
Het was een man van fatsoen
die ik zijn naam hier niet noem
Zijn vrouw ging op reis
om een bidweg te doen.

Toen zijn vrouw op reis was
toen kreeg hij een kuur
Maar geloof mij ,die grap
die betaalde hij duur
Hij kende een dame die er was op gesteld
om met heren te wandelen
maar meestal voor het geld.
En hij sprak:” Lieve Griet,
royaal ben ik zo gij ziet
en het geschreeuw van de kinderen
dat hindert ons niet
En hij sprak:” Lieve Griet,
royaal ben ik zo gij ziet
en het geschreeuw van de kinderen
dat hindert ons niet

Zij waren aan’t wandelen
en spraken geen woord
Want men is met zulke dame
Alleen dig? akkoord
En hij sprak per abuis
Kom ga je mee naar mijn huis
Wij zullen ons wel amuseren
mijn vrouw is niet thuis.
En hij sprak per abuis
Kom ga je mee naar mijn huis
Wij zullen ons wel amuseren
mijn vrouw is niet thuis.

De nacht was verdwenen
en de morgen brak aan
’t Wierd tijd dat die juffrouw
de deur uit moest gaan
Maar opeens viel haar oog
op een andere plaats?
waar ze mooie antieke
beelden zag staan
En ze dacht:”Pak maar mee,
ja zo een beeldje of twee,
ze hebben ook een waarde,
meneer is tevree.
En ze dacht:”Pak maar mee,
ja zo een beeldje of twee,
ze hebben ook een waarde,
meneer is tevree.

Maar toen meneer ontwaakte
miste hij er die zaak
en heeft zijn beklag aan
’t bureau van gedaan.
Men ging onderzoeken
en………?………
…………..?………
………….?……..
En hij antwoordde snel
jawel bij Griet in de Hel
Daar verkopen ze antieke,
versta je me wel
En hij antwoordde snel
jawel bij Griet in de Hel
Daar verkopen ze antieke,
versta je me wel

Als Gij wilt passeren
voor een man van fatsoen
moogde Gij met zulke dames
geen wandeling doen
En bidt je vrouw voor de vree,
ja bidt dan thuis voor de vree
Dan pakken ze je geld
en je beelden niet mee
En bidt je vrouw voor de vree,
ja bidt dan thuis voor de vree
Dan pakken ze je geld
en je beelden niet mee.

’t Leedsje is neet in ’t Mestreechs meh huurt in mien ouge toch tot de aw Mestreechse leedsjes! Wie geer höb kinne beluustere weurt de Helstraot drin geneump. Zoe hètde vreuger de Bernardusstraot. Die straot stoont toen bekind veur de “hoezer vaan plezeer”, bordele dus. ’t Is opgenome mèt ‘ne bandrecorder in de viefteger jaore vaan de veurege iew. De dame die ’t zingk waor in deen tied al in de tacheteg! Zie brach ’t ten gehure tijdens de wekelekse kaartmiddag bij häör naobers. Noe en daan wis ze d’n teks neet mie gans en neuriejde daan mer de milledie. Dao woort dèkser oonder ’t kaarte gezoonge en noe had de zoon des huizes ‘ne bandrecorder gekrege dee heer wouw oetperbere! En dit is ’t rizzeltaot …..

Dit bericht is geplaatst in Leedsjes, Verhaolende leedsjes met de tags . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *